| | ‘Je bent niet wijs.’
Hij spuugt krachtig een bruine straal op de grond, neemt zijn hoed af en krabt in zijn pieken. ‘Je bent van lotje getikt, wat moet je nou werken voor die rijke stinkerds, laten ze hun kont zelf wassen.’
‘Ik hoef hun kont niet te wassen pa, ik word inwonend dienstmeisje.Ik ben het zat om altijd maar met jan en alleman de baan op te gaan. Behalve kinderen komt daar verder niets uit voort.’
Het blauwe oog waar ze weken zoet mee was, de verdraaide arm en de bont en blauwe plekken gaven de doorslag in haar beslissing om de betrekking aan te nemen waar een van haar klanten al een tijdje over praat. Eerst moest ze er om lachen, zij, Meek, de zigeunerin waarvoor iedereen aan de kant gaat omdat ze haar eng vinden, zij dienstmeisje voor dag en nacht bij een deftige familie. Maar hij drong aan: ‘Je bent er geknipt voor, je bijt van je af, je kunt hard werken, allemaal kwaliteiten waar ze in dat huis behoefte aan hebben, had hij gezegd in zijn dure manier van praten. En toen ze protesteerde dat ze haar vast zouden wegsturen vanwege haar bruine huid en zwarte haar, zei hij, ‘in het noorden zijn ze toleranter.’ Wat dat betekende wist ze niet en het stond zo stom om dat te vragen, dan viel ze zo door de mand met haar ongeletterdheid, dus knikte ze en dacht, het klinkt duur dus het zal wel goed zijn
‘Leer je dat van die officier van je zo te praten tegen je eigen vader.
‘Pa, doe toch niet zo achterlijk, het is 1846 wat wil je nou, dat het altijd blijft als toen jij nog achter die mesjogge keizer met die gekke naam aan trok in je soldatenpakje. Er zijn geen oorlogen meer, hier niet in ieder geval en om in Bali te gaan vechten ben je te oud.
‘Dat praat maar en praat maar, denk er aan meidje dat ik je vader ben.’
Nou pa, je hebt me gezien, helemaal van de kaart en nog doet mijn arm pijn. Die soldaten ben ik zat, hoor je. Niet alleen soldaten, maar andere kerels ook eigenlijk. Daarom moet ik wat anders om geld in het laatje te krijgen. Snap je.’
Meek trekt nuffig haar rok op, trippelt naar het aanrecht en snijdt een dikke snee van een homp brood. In gedachten is ze al in Amersfoort bij de chique familie, ze grijpt naar de reuzel maar voelt een vetvlek
‘Heb jij al de reuzel opgegeten, pa? Weet Trijn dat wel, anders heb ik het weer gedaan.’
‘Twee kemphanen,’ zegt pa, ‘ik ga, straks komt je ma met de schreeuwerds.’
Bij de deur draait hij zich om: ‘Denk eraan morgenochtend vijf uur, als je er niet bent, dan heb je pech gehad.’
Wordt vervolgd!
---------- | |