| Datum: | 23-09-2021 EEN WINNEND KORT VERHAAL | |
'Wij liggen hier al langer,' zoemt een wesp. 'Als ''bij'' heb je dat natuurlijk verdiend,' zegt de vlieg, 'wat jullie allemaal uitspoken met die angel.' 'Ik ben geen ''bij'', maar een wesp. Als je dat verschil niet eens kent dan mag je niet eens naar je eigen begrafenis.' 'Helemaal mee eens,' valt Wesp2 hem bij, 'dom gebleven moet hij nog eens leven. Dat zal hem leren.' 'Stomme bromvlieg,' zegt Wesp1, 'die angel zorgt ervoor dat de natuur blijft leven.' 'Zo is het maar net,' zegt Wesp2, 'zonder ons geen leven. Integendeel tot het werk van zo'n vieze bromvlieg, wat die allemaal doet, daar word je schijtziek van.' 'Nou dan ik,' zegt een lieveheersbeestje, 'ik lig hier al ruim twee weken, van mij is er bijna niets meer over.' 'Ben jij dat zwarte stipje?' vraagt Wesp1, 'ik dacht dat het de resten van mijn vleugels waren en....' 'Stil eens!' valt Lieveheersbeestje hem in de rede, 'horen jullie dat ook?' 'Wat, wat?' 'Dat geluid alsof het regent.' 'Regen?' bromt Bromvlieg, 'het is hier al tijden bloedheet, die zon brandt me weg.' 'Stil nou,' zegt Lieveheersbeestje, 'luister!'
De insecten zwijgen. Zachte tikjes op de vensterbank zijn hoorbaar. . 'Als je goed luistert,' zegt Lieveheersbeestje, 'lijkt het op snikken.' 'Moet je hem horen,' brult Bromvlieg. 'Snikken. Haha, hij wel! Wie kan er nou snikken als hij dood is?' 'Misschien is hij niet dood,' zegt Lieveheersbeestje. 'Wesp1 jij ligt het dichtst in de buurt van het geluid. Wat kan het zijn?' 'Dat wordt een beetje moeilijk,' zegt Wesp1, 'maar ach, ojee, ik denk, nee, ik zie het. Lieveheersbeestje heeft gelijk. Het geluid komt van een hooiwagen met maar één poot. Hij leeft nog want die poot beweegt.' 'Aaarch,' roepen alle dode insecten. 'Waar zouden zijn andere poten zijn?' 'Nou,' zegt Bromvlieg,' het kan wel zijn dat, hmm... er dwarrelden zonet fijne draadjes om mij heen, dat zouden pootjes geweest kunnen zijn. Hebben jullie niets gemerkt?' 'Nee, maar ik weet dat de mensen die hier wonen wreed zijn,' zegt Wesp2, 'toen ik nog leefde heb ik ze eens een libelle de vleugels zien uittrekken.'
Op de vensterbank wordt het stil. Heel duidelijk is nu het tikken of snikken te horen en zo af en toe een kreun.
'We moeten iets doen,' zegt Lieveheersbeestje, 'voordat ik compleet ben weggeteerd moet ik iets gedaan hebben.' 'Iets doen, maar wat? Wat kunnen wij doen? Wij kunnen niet eens met de arme hooiwagen praten. Hij ligt daar helemaal alleen dood te gaan.' 'Straks is hij bij ons.' 'Dat zal niet lang meer duren.' 'Ach jee, ik heb zo met hem te doen.' 'Wat is dat toch voor sentimenteel gelul,' roept Bromvlieg, 'toen ik dood was heb ik niemand horen zeggen dat ze met me te doen hadden. Ik duwde uit alle macht tegen dat raam om weg te kunnen, al mijn energie, dan moet je toch veel gebrom gehoord hebben, veel meer dan dat getik. En heb ik ook maar een...' 'Hou toch op met dat gezwets,' zegt Wesp2. 'Ik wou maar zeggen,' herneemt Bromvlieg, 'al dat gejank leidt nergens toe.' 'Hij heeft wel een beetje gelijk.' zegt Wesp1 'We moeten iets doen. Maar wat? Het kan pas als Hooiwagen bij ons is.' Zo treurig,' zegt Lieveheersbeestje zacht. 'Nou, op mij hoef je niet te rekenen,' zegt Bromvlieg.
De insecten zwijgen. Het geluid van tikken wordt zachter, het kreunen neemt toe. Dan wordt het doodstil.
'Welkom Hooiwagen,' doet Lieveheersbeestje de eerste poging tot communicatie, 'we gaan je wreken hoor.' 'We gaan ons wreken,' roept Bromvlieg. 'Ik dacht dat jij je kop zou houwen,' zegt Wesp2. 'Zo is het precies,' zegt Lieveheersbeestje 'we gaan ons wreken door er niet meer te zijn. Allemaal, alle insecten, wij zullen er straks niet meer zijn.' 'Dat zal ze leren,' zeggen Wesp1 en 2 in koor. 'dan verdwijnt al het leven, lekker net goed!' 'De wonderen zijn de wereld nog niet uit,' hoopt Lieveheersbeestje. 'Al dat goed bedoelde gezwam leidt tot niks,' zucht Bromvlieg, 'de wonderen rennen de wereld uit zul je bedoelen.' . Door de ramen brandt de zon onbarmhartig op de insectenlijkjes ---------- |
|
| |||
| ---------- |
De wonderen rennen de wereld uit