| Datum: | 4-11-2024 MEISJES ZIJN ALLEMAAL HOEREN | |
Een van de jongens komt dichterbij. Door zijn aan de slapen opgeschoren haar komen kleine zwarte stekeltje. Net als bij een cactus. Hij kijkt mij aan en zegt: 'Wat vindt u, mevrouw, mijn vriend,' hij wijst naar de andere jongen die zich afzijdig houdt, 'mijn vriend denkt dat hij geen meisje kan vinden. Hij vindt zichzelf lelijk. Vindt u dat ook?' Ik kijk naar de knaap die verlegen lacht en om zich een houding te geven doorgaat met zijn voet gestoken in een rode sneaker tegen de abriruit te trappen. Leuke boy, denk ik, er zullen vast meisjes zijn die op hem vallen. Hij heeft een prachtige lach. 'Hij heeft een mooie lach,' verwoord ik mijn gedachten. 'Haha, mevrouw vindt dat je een mooie lach hebt,' grijnst Cactus naar zijn vriend. Dan draait hij zich naar mij: 'Ach, meisjes zijn allemaal hoeren.' Dit is het moment om mijn educatieve talenten in te zetten. 'Zo wordt het niets tussen jullie en de meisjes,' zeg ik, 'als je iets wilt bereiken bij een meisje moet je dat subtiel aanpakken. Subtiel, je geeft haar bijvoorbeeld een roos.' 'Subtiel,' zeggen beide jongens en herhalen: 'subtiel'. Ze proeven het woord op hun tong. 'U heeft vast veel rozen gehad,' zegt Cactus.
---------- |
| ||||
| ||||
| ---------- |

De abri is leeg als ik aan kom lopen. De tram net weg zeker. Ik trek mijn kraag op en stop mijn handen in mijn zakken. Spoedig komt er een dame, ze kijkt een beetje nors. Twee jongens van een jaar of zestien komen stoeiend aanlopen. Ze vullen de abri al snel met hun gelach, gepraat en geravot. De dame draait zich om en gaat een stukje verder staan, in de wind. Het begint zachtjes te regenen. De jongens stampen met hun voeten tegen de ruit van de abri.. 'Schorem' mimet de dame naar mij. Ik blijf staan, geen moment komt het bij mij op om in de regen te gaan staan.